|

Floriano Martins
VOORWOORD BIJ
ACHTERGRONDSTRALING*: DE BLIKSEM EN DE SCHADUIW
De dichter Carlos Barbarito begint zijn
dichtbundel 'De verlaten grens' (2003) als volgt:
Dit is mijn leven, lijkt het blad te zeggen/
dat valt van de tak/of de steen die rolt van de heuvel. En er is
hier een strategische verschuiving die maakt dat de dichter van de
ene sfeer naar de andere overschakelt. Het is niet de dichter die
zegt 'Dit is mijn leven', zoals je bij een eerste indruk zou
denken, maar de natuur, die ons hier aanspreekt doorheen het blad
en de steen. Toch weten we terzelfdertijd dat het de dichter is
die hen zijn stem leent. Hij verandert zich dus in steen en blad
omdat we dichter bij de existentiële intimiteit van de natuur
zouden komen. Niet voor niets stuiten we bijna op het einde van de
bundel op de vraag:'Wie leeft? Wie/
is zichtbaar, achter de lakens,/het heen-en-weer gaan? Wat/
slaagt erin knopt te worden, vruchtvlees?
Voor mij had dit het laatste gedicht van de bundel mogen zijn,
omdat het mij belangrijk lijkt dat de dingen altijd ingeschreven
worden in het onderzoek.
Op een of andere manier is 'De verlaten grens' een bundel die ons
- of in wezen de dichter - voorbereidt om door te dringen tot 'Achtergrondstraling' (2005), in overweging
genomen dat we hier te maken krijgen met een inventaris van het
naakt, in al zijn betekenissen. Het is alsof we hier zouden
waarnemen wat elk van ons doet met zijn
zichtbaarheid, iets wat een antwoord zou geven op de dringende
vraag:
'Is er iets
daarbuiten, achter de laatste steen,/ nog verder dan de hoge
stammen/ die groeien boven de horizon?' En eens te meer versmelten de
stemmen - steeds strategisch - van de kunstenaar en de natuur. En
altijd is er een haastige lezer die aandringt: de sleutel, wat is
de sleutel tot deze poëzie?
Carlos Barbarito bezit de fascinerende eigenschap om de lezer
alleen maar aanwijzingen aan te reiken, nooit de sleutel. Een van
de intrigerende sleutels van zijn poëtica is te vinden in het
woord 'naakt' en zijn aanverwante begrippen. Het wordt almaar
herhaald, van bundel tot bundel, en loopt door deze
'Achtergrondstraling' als een leidraad, een vreemd soort
licht over alle dwaling en alle as. Hier staan we voor de
dwingende tegenwoordigheid van de inventaris van de dingen die verdwijnen
zonder ooit volledig te zijn gekend. Zowel bij de dichter als bij
de natuur: de inventaris van de maskers die zich niet zullen
onthullen of die dan zonder kern van rede of mysterie blijken te zijn.
Het is duidelijk dat de aanwezigheid van dit naakt de nodige verleidelijke ambivalentie bezit: het is
evenzeer verhullen als onthullen, evenzeer wat ontbreekt als wat
zich toont. De inventaris daarvan maken betekent de lezer ('een
groot scenarioschrijver') - en evenzeer de dichter zelf - ertoe
aanzetten
het kaf van het koren scheiden. En soms overtuigt deze dualiteit ons
van haar efficiëntie. Handig zorgt de kunstenaar ervoor dat de
taal navigeert tussen leegte en volheid, vloed en eb, en
wekt hij zodoende enige malaise op bij de vaststelling van deze
beweging. Het is een spel, dat is duidelijk. Zonder
twijfel is taal een spel. Al bestaat zijn handigheid erin dat hij
daarin slaagt zonder overbodige sier, waarschijnlijk weer een
dubbelzinnigheid van
dit naakt. Daaruit put deze bundel zijn kracht.
In een gesprek vertrouwde de dichter me toe dat hij houdt van
gedachte van dichtkunst als een soort straling, een steeds
veranderende straling, polysemisch, opduikend uit ons diepste
zelf, en daarmee onthult hij (ons) een diep geheim; de bron van de
straling, een achtergrondstraling, kosmisch in de zin dat het
menselijk bestaan kosmisch is, in wezen het opborrelen -
onvoorspelbaar? - aangetrokken?- van het duisterste in de mens,
in zijn verhouding tot de natuur. Dat te zeggen volstaat natuurlijk niet opdat het boek zich zou openen als een testament voor
de erfgenaam. De poëtica van Carlos Barbarito weet handig een
onrustige spanning op te wekken tussen het ding en zijn verval,
tussen wat we denken dat er is, en wat van het ene ogenblik op het
andere vergaat. Zoals hij het zelf suggereert in een
gedicht uit 'Het licht en een ding' (1998), zijn we tegelijk het
ene ding en een ander, of vele andere, met inbegrip van deze die
waar we geen naam voor hebben.
En toch is er die uitgesproken hang van de
poëzie naar de wetenschap, zoals de dichter er ons aan herinnert
('mijn fascinatie door de astrofysica'). De afgrond die beide
scheidt is niet zo
groot is als schijnt, de
achtergrondstraling van de kosmos is intiem verbonden met de
paralaks, die op zijn beurt een stijlfiguur zou kunnen
zijn, een verschuiving van de retina, een variatie, ja een
variatie. Maar, wat doen we met de onderscheiden manieren om de
wereld te bekijken - gaande van oneindig tot onverzoenlijk? Er kan geen
verbetering zijn van de gezichtshoek, vermits geen inzicht met zekerheid
kan gegeven zijn als het verkregen is via getuigenis of
een voorgevoel. Opnieuw naar het begin:
Dit is mijn leven, lijkt het blad te zeggen/
dat valt van de tak/of de steen die rolt van de heuvel. Bij het
zoeken naar de ultieme naaktheid, ontdekt de dichtkunst van Carlos
Barbarito dat er oneindig veel lagen van naaktheid zijn die zich
in kleren hullen, en dat zo'n onderneming even onuitputtelijk is als
het leven zelf.
Dit blootleggen van een facet gewikkeld in duizend facetten zou
wellicht op een ander lichaam zich gestoten, als kunst
en wetenschap op een gegeven moment niet het slachtoffer waren
geweest van een op hol geslagen hoogmoed, die de mens geheel naakt
achterlaat. 'Achtergrondstraling' onthult, vanuit een bepaald standpunt,
deze naaktheid - hier past een verwijzing naar het citaat van Pascal in
het epigram van deze bundel - en doet de vraag rijzen naar het
waarom en
naar wat ons te doen staat in een
leven buiten het kunstmatige. Het is alsof hij aarzelt tussen
achteloosheid en transgressie, de mens - ook de dichter? ook de
lezer? - vermits hij niet weet wie schuld treft. En hoezeer hij
zich ook onthult, hij vindt geen schuld maar onvoorzichtigheid,
misdaad, twijfel, onrecht, een oneindige inventaris. Belaadt de rede
ons met schuld? Voeden wij ons met iets anders dan met schuld? Zou
dat onze achtergrondstraling zijn?.
.©
Floriano Martins, december 2004

*Onuitgegeven
(Vertaling uit Portugees Ana María Rodríguez González, uit Spaans:
Stefan Beyst))
Gepubliceerd in
LA
CASA DE ASTERIÓN 2005
Reacties: carlos
barbarito of mail
via stefan beyst of
gastenboek
|