LICHTPARTITUREN VAN LUCIA ROMUALDI
1. In het Muhka worden we onder de veelbelovende titel ‘Lucia Romualdi:
lichtpartituren’ binnengeleid in een opeenvolging van drie verduisterde
zalen. In de centrale ronde zaal – waartoe we ons in deze bespreking
beperken - staan in het midden een reeks diatoestellen die de wand
panoramisch bestrijken. Meestal geven alle toestellen dezelfde dia te
zien, wat op de wand één doorlopend geheel oplevert. In andere gevallen
krijgen we varianten te zien. Met de regelmaat van een klok laten alle
toestellen een volgende dia zien. Als de laders een rondje hebben
gedraaid, zagen we een soort pijltjesregen eerst naar links wijzen,
geleidelijk naar rechts draaien en dan weer terugkeren. Deze in stukjes
gesneden continue beweging - als in een sterk vertraagde film - wordt
met tussenpozen onderbroken door het statische ritme van dia’s met
verticale lijnen, berekeningen met cijfers en geometrische figuren. In
het midden is een draaiend diatoestel opgesteld: afwisselend schuiven
een witte strook (eerst boven, dan midden en onder) en een cirkel van
links naar rechts en van rechts naar links over de geprojecteerde dia’s.
De cyclische beweging die op het panorama is te zien, wordt zo
gecombineerd met een heen-en-weergaande horizontale draaiende beweging,
als van een vuurtoren.
We hebben hier te maken met een soort veranderlijk - een ‘kinetisch’ -
interieur. Het is niet ongewoon dat interieurs veranderen: ze zijn in de
regel berekend op de afwisseling van dag en nacht - of subtieler: op de
baan die de zon over de hemel beschrijft, zoals in gotische kathedralen.
De verandering kan worden gedramatiseerd, zoals wanneer je ’s ochtends
plots de luiken opent of wanneer je ’s avonds de verlichting aansteekt -
of de lichten dimt.
Ongewoon is alleen dat de cyclus hier sneller verloopt dan normaal: al
na enkele tientallen minuten begint hij opnieuw. Dat komt natuurlijk
omdat de verandering hier niet afhankelijk is van de beweging van aarde
rond haar as: ze wordt door de mens zelf georchestreerd, zoals in de
ritmisch veranderende combinaties van waterstralen in een
fonteinenlandschap. Ongewoon is ook dat dit interieur niet is opgebouwd
uit driedimensionale voorwerpen in een ruimte (zuilen, fonteinen, bomen
en perken, meubelen). Het bestaat slechts uit een cilindervormig
reuzenscherm, waarop tweedimensionale lichtende motieven te zien zijn.
De perspectivische diepte van de driedimensionale ruimte wordt
platgedrukt in het gekromde vlak van de rotonde, ongeveer zoals bij
Ptolemeus de peilloze diepten van de nachtelijke hemel tot een met
sterren bezaaide hemisfeer. Ongewoon is eveneens dat alleen de wanden in
de vormgeving zijn betrokken. Alleen in de zaal ernaast, die met de
getijdentabellen, zien we ook projecties op de grond. In traditionele
interieurs worden ook de vloer en de zoldering in de compositie
betrokken: denk aan de gewelven van een kathedraal of de koepels van een
moskee. En al helemaal ontbreekt uiteraard de wisselwerking tussen
exterieur en interieur.
Hoe dan ook, we hebben hier te maken met een bijzonder soort van
ruimtelijke – voor mijn part: tijd-ruimtelijke - design. Het is ‘vrije’
ruimtelijke design omdat Romualdi, net zo min als een kathedraalbouwer,
geen ‘functionele’ ruimte ontwerpt. En zoals de kathedraal een
religieuze, zo heeft Romualdo’s rotonde ook nog een ‘filosofische’
dimensie. De tweedimensionale vormen die we te zien krijgen zijn immers
niet zomaar decoratieve motieven, zoals bij een abstracte tegelvloer,
maar het zijn tekens, ongeveer zoals de witte lelies op blauwe
achtergrond op de muren van een Frans kasteel, of de decoratieve
schriftbanden in een moskee. Romualdi verwijst niet naar heraldische of
religieuze werelden, maar naar de reële tijdruimte waarin onze planeet
zich beweegt: de motieven zijn ontleend aan de handschriften van Galileo
Galilei waarin de banen van de sterren worden berekend. Dat geeft
aanleiding tot beschouwingen over de pogingen van de mens om greep te
krijgen op de onmetelijke ruimte daarbuiten
Het ontbreekt dit ‘optisch-kinetisch-filosofische’ interieur dus niet
aan de nodige charme, al valt ze wat bleekjes uit in vergelijking met
het interieur van een gotische kathedraal.
2. Maar we voelen ons wat beetgenomen. Afgaande op de aankondiging
‘Lichtpartituur’ hadden we muziek verwacht, zij het dan niet met klank,
maar met licht.
Ongetwijfeld beweegt er een en ander in deze ruimte: er is het schuiven
van de rechthoekige of ronde lichtvlek over de wand, er is de in
schokjes verlopende cyclus op de panoramische wand, en er is binnen elke
‘still’ van deze cyclus de ‘dynamiek’ van de pijltjesregen die over de
wand wordt uitgestrooid.
‘t Is echter niet al muziek wat beweegt. De aarde draait om haar as en
de planeten rond de zon. Maar dat is nog geen ‘muziek der sferen’.
Daarom is ook het geruisloze schuiven van de rechthoekige of ronde
lichtvlek in een baan rond het centrum wel zichtbare beweging, maar nog
geen muziek. Bij het opkomen van de zee komen de golven telkens dichter
aangerold en bij het afgaan schuiven ze telkens verder naar achter. Maar
dat is nog geen ‘muziek der getijden’. Daarom is ook het gestage
wisseling van de richting van de pijltjesregen op de wand wel degelijk -
zij het dan in stukjes gehakte - beweging, maar nog geen muziek.
’t Is ook niet al muziek waar vaart in zit. De sequoia die omhoogschiet,
de rotspartij die zich de hoogte in worstelt, de toren die ten hemel
rijst, daar zit ongetwijfeld vaart in. Maar zo’n vaart is nog geen
muziek: het is gewoon ‘gestolde’ visuele beweging – ‘dynamiek’. En
daarom is ook de pijltjesregen die we in elke fase van de cyclus te zien
krijgen geen muziek, maar gewoon: dynamiek.
’t Is zelfs niet al muziek wat ook nog geluid maakt. Het stappen op de
vloer, het tikken van een slingerklok of het op- en neergaan van de
zuigers van een locomotief: dat zijn ongetwijfeld bewegingen die geluid
maken, zelfs met een ritme en op een maat. Maar alweer: geen muziek. En
daarom is ook het scanderen van de opeenvolging van dia’s door het
geklik van de diatoestellen, nog geen muziek, maar gewoon: hoorbare
beweging.
Geen lichtpartituren dus! Hoogstens een draaiboek voor visuele beweging,
zoals dat van een ballet of een vuurwerk.
3. We zijn niet alleen beetgenomen, maar ook nog verbaasd. In de
begeleidende tekst schept men de indruk dat deze ruimtelijke design niet
alleen muziek is, maar ook nog schilderkunst. Lucia Romualdi maakte
immers vroeger schilderijen in zwart-wit! Ze heeft alleen maar het doek
met verf omgeruild voor een scherm met licht. Maar het is niet omdat de
schilder na zijn uren ook nog witte en zwarte tegels legt, dat ook zijn
vloer een schilderij zou zijn. Op een schilderij zien we doorheen de
verf een of andere wereld opdoemen. Maar op het scherm van Romualdi zijn
de lichtvlekken niets anders dan zichzelf.
We hebben hier dus niet te maken met een nieuw soort ‘visuele muziek’,
noch minder met een verruiming van het concept schilderkunst, maar met
de metamorfose van kunstenaar tot ruimtelijk designer. Die gaat gepaard
met een sprong van de ‘wereld van de kunst’ naar de echte wereld: de
schilderes heeft het penseel over de haag gegooid en besloot voortaan de
reële wereld vorm te geven.
4. Maar, zal men opwerpen, de dia’s van Lucia Romualdi zijn toch meer
dan alleen maar puur decoratieve motieven? Zoals gezien gaat het
inderdaad om notities en diagrammen van Galileo Galilei. Die verwijzen
ongetwijfeld naar de beweging van de planeten in de ruimte. En dat geeft
een nieuwe dimensie aan het regelmatige tikken van de diatoestellen en
de rechthoeken en cirkels die over het panorama schuiven. Voor we het
weten maken we de vermelde bespiegelingen over de pogingen van de mens
om greep te krijgen op de onmetelijke ruimte daarbuiten
Maar een wand versierd met de Franse lelies wordt toch niet tot
kunstwerk omdat dit heraldisch motief een betekenis heeft en ons aan het
denken zet over het Franse koningshuis? Of zal iemand het in zijn hoofd
halen om nog de prachtigste schriftband in Arabische letters naast de
‘Val der engelen’ van Rubens te hangen, alleen maar omdat ze allebei met
godsdienst hebben te maken? Of – om ook een voorbeeld met bewegende
tekens te geven - zie je een weerkundige al naar het festival van Cannes
stappen met computersimulaties van de klimaatsveranderingen op aarde
gedurende de laatste eeuw?
Dat de motieven waarvan Lucia Romualdi zich bedient tekens zijn, belet
dus niet dat de deuren van de kunst achter haar rug dichtklappen.
5. Dat wordt alleen maar bevestigd door de muziek die Lucia Romualdi bij
haar ruimtelijke design liet componeren door Ivan Fedele. Die roept wel
degelijk de wereld op waar de pijltjes, diagrammen en berekeningen op de
dia’s alleen maar naar verwijzen. En wat meer is: ze stelt de
mechanische armoede van de drie soorten bewegingen in deze
‘lichtpartituur’ alleen maar scherper in het daglicht. Er is meer nodig
om muziek – laat staan goede muziek - te maken dan drie bewegingen
tegelijk te laten verlopen.
Tot 18 augustus in het Muhka. Of het Muhda?
©
Stefan
Beyst,
maart
2001
Voor een bredere achtergrond zie
Visuele muziek
zie ook:
stefan beyst
kunsttheorie
en hedendaagse kunstenaars
Reacties: beyst.stefan@gmail.com.
Op de hoogte blijven van nieuwe teksten: mailinglist.

|